Sierlijke Renaissance

In de renaissance kende men weinig waardering voor de verworvenheden uit de middeleeuwen: terug naar de verfijndheid van de Romeinen, was het devies. Los van de vraag of dit een erg terechte observatie was, leidde het wel tot een "verfraaiing" van het glaswerk: dunner glas, met meer decoratie en sierlijkheid werden hoger gewaardeerd dan het gebruiksglas uit de middeleeuwen.

Het begin van de renaissance van het glasblazen is nauwkeurig te dateren en lokaliseren, omdat deze voornamelijk door een persoon in gang werd gezet: Angelo Barovier, overleden 1460. Deze glasblazer werkte in Venetië, een belangrijk centrum voor de renaissancekunst, aan zowel de looks als de technieken van het glasblazen. Hij kreeg al snel navolging, en vooral de decoratietechnieken (het vergulden en emailleren van geblazen glas), de dikte het glas en de helderheid werden in de 15e en 16e eeuw aanzienlijk verfijnd. Niet langer stond de bruikbaarheid voorop (waarbij robuustheid en praktische ontwerp belangrijk zijn), maar sierlijkheid en gedetailleerde decoratie.

Een sierstuk voor op de verfijnde tafel. Te zien in het Museo del Vetro, Murano. Foto: Katinka Waelbers


Filigraan (glaswerk gemaakt uit gedraaide glasstaafjes waardoor een kantachtig draadjespatroon ontstaat), gouden sierrandjes, mens- en dierfiguren en bloemmotieven in reliëf of kleur, glaswerk met wapenschilden erop geschilderd, heiligen afbeeldingen, het kon tijdens de renaissance niet versierd genoeg zijn. Vooral als het ging om glas gaf dat een nogal groot contrast met het gebruiksglas dat in de middeleeuwse "bossen" van de Bohemen werd geblazen, wat vaak effen transparant was en functionele versiering kende (zoals de ruige noppen op de drinkglazen, zodat deze niet snel uit vette vingers zouden glijden).


Veel, maar lang niet alle glasblazers uit de vroege renaissance zijn bij naam bekend. Des te opmerkelijker is het dat er tenminste ook twee vrouwelijke glaskunstenaars waren in de 15e eeuw. Elena de Lando staat in de archieven van de jaren 1440 genoteerd als ambachtsvrouw gespecialiseerd in glasdecoratie, wat in die tijd ook vergulden en emailleren van glas betrof, en Marietta Barovier (familie van) kreeg in 1487 de rechten om een eigen glasblaasoven te bouwen (voor 1469 hoefde hiervoor geen rechten verleent te worden, en zijn namen dus minder bekend).


Italiaans glas werd steeds decoratiever. De overdadig decoratieve barok en rococo laten zich goed illustreren met Venetiaanse kroonluchters.