Gehard glas en veiligheidsglas


Geen enkele glassoort knalt zo hard uit elkaar als gehard glas. Duizenden en duizenden stukjes die sterk lijken op suikerkorrels liggen op de stenen vloer als je een glazen deurtje van een Ikeakastje per ongeluk laat vallen. Toch is het voor bijvoorbeeld tafels en auto's een erg goed idee om dit glas te gebruiken. Hoe werkt het?

Gehard glas wordt met dezelfde ingrediënten gemaakt als gewoon glas, maar door nabehandeling krijgt het glas heel andere eigenschappen. Nadat de glasplaat op maat gesneden en afgewerkt is, wordt de plaat opgewarmd zonder dat deze vervormd (net boven het bovenste annealpunt, zie pagina over temperatiren) en zeer snel afgekoeld. Daardoor ontstaat een hele harde buitenlaag, terwijl er enige spanning in het binnenste van de glasplaat zit.

Door deze bijzondere manier van afkoelen wordt de plaat minder gevoelig voor breuk bij een impact op de vlakke kanten. Wordt er echter met een ijzeren voorwerp tegen de randen van de glasplaat getikt of wordt er echt hard tegen de glasplaat geslagen, dan knalt de plaat in kleine, veelal niet zo scherpe scherfjes uit elkaar. Het lijkt een beetje op suiker: dat is ook niet scherp. De harde knal wordt veroorzaakt door de spanning in het glas die ineens opgeheven wordt. Een scheur in het oppervlak is voor het glas genoeg om als een soort domino-effect in duizenden stukjes te breken.

Soms wordt gehardglas veiligheidsglas genoemd (bijvoorbeeld bij Ikea). Gaat het om grote winkelruiten bijvoorbeeld, dan heeft veiligheidsglas net iets extra's: een aantal lagen glas (waaronder vaak ook gehard glas) van verschillende dikte worden met folie aan elkaar verlijmd. Soms zitten daar geharde lagen tussen, maar meestal niet. Als dit glas breekt volgt er geen knal of bijzonder spectaculair effect: door de kunststoffolie blijft het glas aan elkaar, ook al zijn de breuken duidelijk zichtbaar. De plaat blijft echter wil in het kozijn zitten.