Inventieve Mesopotamiërs en stelende Egyptenaren?

De Mesopotamiërs leefden in de oudheid in steden als Ur en Babylon, steden die tussen de twee grote rivieren lagen: de Tigris en de Eufraat. De oude beschavingen van deze steden waren zeer inventief. Zo hebben ze het wiel, paard en wagen, landbouw, irrigatie, de tijd, landkaarten, geometrie, wiskunde, het schrift, astronomie, astrologie, en machines zoals de ploeg en de eg uitgevonden (de laatste natuurlijk aangedreven door mensen en dieren).

Bij deze eindeloze lijst van innovaties hoort, zo was jarenlang de officiële geschiedschrijving, ook het maken van glas (wat verder gaat dan alleen het bewerken van natuurlijk glas), wat voor het eerst ca 4000 jaar geleden plaats vond in Nuzi (het huidige Irak). Voor zover bekend hebben de Mesopotamiërs geen glas geblazen, maar ontwikkelde zij technieken zoals core forming, glasfusing (het smelten van glas in een mal), casting (het gieten van glas zoals brons gegoten wordt), slijpen en polijsten. Core forming was de meest gebruikte techniek en laat zich vergelijken met wat op deze site "glasblazen in de brander" wordt genoemd (flameworking of lampworking in het Engels). Gesmolten glas wordt om een kern van zand, klei en uitwerpselen (meestal van een ezel, koe of kameel) gegoten en langzaam afgekoeld. Als het glas koud is, dan wordt de kern verwijderd, en blijven kralen, kleine flesjes en urnen (voor oliën, parfum, medicijnen of gif) over.

Gave flesjes uit Mesopotamië zijn zeldzaam en zodoende ook kostbaar. In 2010 heeft veilinghuis Christies een Mesopotamisch glazen flesje uit de 15e eeuw voor onze jaartelling geveild. Het bracht 146.500 dollar op (incl. een onbekend percentage aan verkoperscommissie en excl. 20% verkoperscommissie). Graag zou ik u dat flesje tonen op een foto, maar helaas mogen wij zonder financiële vergoeding aan Christies de foto niet gebruiken.

Kerngevormd glas uit Fenicië (huidige Libanon en Syrië), 5e tot 3e eeuw voor onze jaartelling. Museum kunst Palast, Dusseldorf

De Mesopotamiërs maakte ook namaak edelstenen zoals lapis lazuli en turkoois, kleine borden en kommen, en hangers. Drinkglazen of grote objecten zijn niet bekend uit deze periode.

Niemand weet precies hoe het maken van glas is uitgevonden, laat staan door wie. Mythen en theorieën variëren van ongelukjes tijdens het koken op het strand (zoals beschreven door Pliny de Oudere, waarschijnlijk niet waar) tot experimenten met keramiek- en bronsovens, en ervaringen met vulkanische uitbarstingen.

Er is ook niet veel bekend over hoe de Mesopotamiërs glas maakten, maar we hebben tenminste één recept dat geschreven in spijkerschrift (unicorn) in een kleitablet. Dit tablet stamt uit de bibliotheek van Koning Assurbanipal (668-627 v. Chr.), en is in bezit van het British Museum (London). De ingrediënten zijn immanakkusteen (zand), naga-plant as (soda as, wat de smelttemperatuur van het zand verlaagt), 'white plant’ (onbekend wat dat is) en koper (voor de kleur). Daarmee lijkt het recept sterk op moderne samenstellingen.

De vertaling van het kleitablet door Professor Oppenheim:

“When you set up the foundation of kiln to make glass, you first search in a favorable month for a propitious day, and only then you set up the foundation of the kiln. As soon as you have completely finished in the building of the kiln, and you go and place Kubu-images there, no outsider or stranger should enter the building thereafter; an unclean person must not even pass in front of the images. You regularly perform libation offerings before the Kubu-images. On the day when you plan to place the glass in the kiln, you make a sheep sacrifice before the Kubu-images, you place juniper incense on the censer, you pour out a libation of honey and liquid butter, and then only, you make a fire in the hearth of the kiln and place the glass in the kiln…

If you want to produce zagindurû-colored [greenish type of lapis lazuli] glass, you finely grind, separately, ten minas [about one pound] of immanakku-stone [sand], fifteen minas of naga-plant ashes, and 1 2/3 minas of 'white plant.' You mix these together. You put them into a cold kiln which has four fire openings, and arrange the mixture between the four openings… You keep a good and smokeless fire burning until the glass glows golden yellow. You pour it on a kiln-fired brick and this is called zukû-glass.

You place ten minas of “slow” copper-compound in a clean dabtu-pan. You put it into a hot chamber kiln… You crush and grind finely ten minas of zukû -glass. You open the door of the kiln and throw the ground glass upon the copper compound…When the glass assumes the color of ripe grapes, you keep it boiling for a time…After it has become yellow [hot], you observe some drops forming at the tip of the rake. If the glass is homogeneous, you pour it inside the kiln in a new dabtu-pan, and out of the cooled-off kiln emerges zagindurû-colored glass.”

 The Corning Museum of Glass (Corning NY, USA) heeft in 1970 de vertaling van de tekst op het kleitablet bestudeerd en naast de chemische analyse van enkele archeologische opgravingen uit die tijd gelegd.  De conclusie was dat er niet één recept, maar een grote variëteit aan glas was, variërend in gewenste eigenschappen, oorsprong van de ingrediënten en de gewenste kleuren. De Mesopotamiërs wisten hoe ze verschillende metaaloxiden konden gebruiken om glas te kleuren, zoals kobaltoxide en koperoxide (beide blauw). De maximale hoeveelheid glas die zij konden smelten was 0,8 liter.

Net als vandaag de dag was er een onderscheid tussen bedrijven die glas als ruwe grondstof maakte (in de vorm van brokken of gestandaardiseerde steentjes). Glaskunstenaars smolten in hun eigen studio dit ruwe glas om te verwerken tot de uiteindelijke objecten.

Zowel het glas als de glastechnieken werden geëxporteerd naar andere oude beschavingen zoals Egypte, Griekenland en Rome, zo vertellen de geschiedenisboekjes. Via Syrische glaskunstenaars is de techniek van de zandkern geïntroduceerd en verbeterd in Egypte rond ca. 1400 v.Chr. Echter, enkele recente onderzoekers stellen dat het ook omgekeerd het geval kan zijn: zij vinden de slechtere kwaliteit glas in Mesopotamië een bewijs dat ze in Mesopotamië een slechte kopie van de betere Egyptische technologie hadden.  De kleine flesjes werden in Egypte ondermeer gebruikt als gift voor het hiernamaals, en zodoende samen met de doden begraven. Daarvoor zijn er relatief veel goed bewaard gebleven, en de kwaliteit is inderdaad hoog. Regelmatig duiken echte Oudegyptische flesjes op in veilingen en antiekbeurzen; flesjes die ooit olie, make-up of medicijnen bevatten. Ook in Egypte was opaak blauw een populaire kleur, maar ze hadden geleerd ook kleuren zoals Alabasterwit, geel en groen te maken.

In Egypte gevonden Fenicische sieraden, zevende tot derde eeuw voor onze jaartelling, Nationaal Museum voor Oudheden, Leiden.

De Egyptenaren perfectioneerde de casting technieken en introduceerde de verloren was techniek voor glas. Ze perfectioneerde ook het fusen, waardoor kleine, geperste schalen ontstonden met mozaïekpatronen.